werkruimte voor een beeldhouwer / workshop for a sculptor / atelier pour un sculpteur

   
location Gent (BE)
client Philip Van Isacker
surface 50 m2
icw BAS structural engineer
phase completed
date 2000-2002
photography Kristien Daem

PROEVEN VAN ARCHITECTUUR. Een schitterende ruïne

Elke architect bedenkt in zijn leven ooit wel eens een definitie voor architectuur. Niet verwonderlijk: elke keer dat een simpel bouw- probleem de metamorfose van een hoop inerte bouwmaterialen in gang zet, lijken er mythische krachten in’t spel. Een droge definitie van architectuur of bouwkunst schiet dan tekort om de finesse van ruimte, licht, ritme en het complexe spel van tijd en seizoenen te vatten.

Zo laat het atelier van de beeldhouwer Philippe Van Isacker in Gent je wat dronken achter, omdat deze relatief kleine ruimte intrigerend samengaat met het bestaande rijhuis en de tuin.

De architect Kristoffel Boghaert ontwierp een weliswaar rudimentaire maar complexe betonnen kamer.

Spaarzaam maar overwogen geplaatste ramen creëren een introverte, op het werken gerichte ruimte, terwijl twee keer zo hoog bovenlichten de zon vangen en de ruimte een natuurlijke glans geven. Het strenge, wat Spartaanse karakter van deze betonnen kamer vervalt omdat de ramen de tuin en de voorbijtrekkende wolken tonen.

Eén raam geeft bovendien uit op een tuinraam van de achtergevel. Meteen wordt duidelijk dat dit atelier niet zomaar tegen het bestaande rijhuis werd geschoven. Door de verdieping en de bovenlichten zo’n halve meter weg te trekken van de gevel, ontstaat er een intrigerende ruimte tussen oud en nieuw.

Kristoffel Boghaert ensceneert met zorg de relatie tussen het interieur van het atelier, de tuin en de achtergevel van het oude huis. Door de houten kaders van de ramen helemaal te verstoppen achter de betonnen draagmuren, wekt de architect de indruk dat er geen glas steekt tussen binnen en buiten en dat er dus gewoon gaten uit de draagmuren werden gesneden. Die ingenieuze verdwijning van het schrijnwerk verleent dit atelier de sfeer van een primitieve grot. Ondanks de perfecte geometrie van de vierkante plattegrond en de kubusachtige stapeling van ruimte geeft het ruwe, wat slordig gegoten beton de ruimte het karakter van een schitterende ruïne. De ruimte houdt het midden tussen binnen en buiten, tussen af en onaf, tussen wat is en wat nog moet komen.

De naakte toepassing van beton en de ramen doen onmiskenbaar denken aan de recente verbouwing van het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Kristoffel Boghaert werkte jaren aan dat museum, in dienst van de architecten Paul Robbrecht & Hilde Daem. Maar het zou afbreuk doen aan de kwaliteit van dit atelier om Boghaert epigonisme te verwijten. Het karakter van deze werkplaats en de subtiele hertekening van de tuin en het woonhuis zijn originele bijdragen aan de architectuur.

Het fascineert om te zien hoe het interieur van dit rijhuis door de uit- gekiende positie van de bovenlichten van het atelier een enfilade van kamers vormt zoals bij een klassieke, burgerlijke rijwoning. De zichten en visuele doorsteken vanuit het huis op de tuin, dwars door of schrijlings langs de uitbouw van het atelier, de elegante houten betimmering en de quasi zwevende tuintrap: het zijn stuk voor stuk elementen die dit bouwwerk tot pure en eigenzinnige architectuur maken. Bovendien weet Boghaert een lijfelijkheid en een hedendaags classicisme in de architectuur van dit atelier binnen te brengen, als een echo van het beeldhouwwerk van de bouwheer Philippe Van Isacker.

Een van de grootste verdiensten van dit atelier is trouwens dat het door het licht en de ruimte de belofte van een nieuw soort wonen in zich draagt. Want de dag dat deze ruimte niet meer als atelier gebruikt wordt, is het zonder meer een genereuze ruimte tussen tuin en stad- swoning, tussen laars en pantoffel. Meer zelfs, ze daagt de bewoner uit. Zoals een kind in gedachten van een boomhut een paleis maakt, zo maakte Kristoffel Boghaert dit atelier niet alleen tot een werkplaats voor kunst maar ook tot een plek om met de kunst te wonen.

De kunst van het bouwen is een kunst van het zijn.

Koen Van Synghel in De Standaard, zaterdag 14 juni 2003